mw. mr. D. Vrolijks (Ditte) | 4 augustus 2020

Anti-witwaswetgeving: over de Wwft en de inwerkingtreding van de vierde anti-witwasrichtlijn, waarmee UBO registratie verplicht wordt voor de ondernemer

Wwft
Met de invoering van de ‘Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft)’ heeft Nederland uitvoering gegeven aan de derde Europese witwasrichtlijn. De wet is een uitvloeisel van nationale en internationale besluitvorming, met als wenselijk doel de invloed van crimineel geld (bijvoorbeeld: witwassen) op de samenleving tegen te gaan.

Al vanaf 1994 moeten banken en andere financiële instellingen zoals levensverzekeraars, creditcardmaatschappijen en casino’s “ongebruikelijke financiële transacties” melden aan de Financial Intelligence Unit – Nederland (FIU), die is ondergebracht bij onze nationale politie. Vanaf december 2001 geldt de meldplicht ook voor handelaren in auto’s, schepen, kunst, antiek, goud, zilver en juwelen en met ingang van 1 juni 2003 ook voor dienstverleners zoals advocaten, accountants, notarissen, makelaars en belastingadviseurs.

In 2019 ontving de FIU bijna 2.5 miljoen ongebruikelijke transacties. Daarmee werd het ontvangen aantal ongebruikelijke transacties in vergelijking met 2018 meer dan verdrievoudigd. Reden om eens een rondgang in de rechtspraak te maken om te bezien, welke zaken er in het kader van de Wwft zoal aan de rechter worden voorgelegd en hoe de beoordeling uitpakt.

In dit blog wordt ingezoomd op de artikelen 3 en 16 van de Wwft waarin, kort gezegd, het cliëntenonderzoek en de meldingsplicht zijn geregeld. Daarnaast wordt enige aandacht besteed aan de inwerkingtreding van de 4e anti-witwasrichtlijn, waarmee de verplichte UBO-registratie een feit is geworden.

Artikel 3 Wwft
Op grond van artikel 3 Wwft geldt voor voornoemde partijen, dat zij verplicht zijn een cliëntenonderzoek te verrichten. De bedoeling is dat met het cliëntenonderzoek wordt achterhaald met wie er zaken wordt gedaan. Het onderzoek moet worden verricht vóórdat in- en/of verkooptransacties, bemiddelingsopdrachten of zakelijke overeenkomsten met de cliënt in spe worden gesloten en/of diensten aan die cliënt worden geleverd.

Het gebruikelijke (vereenvoudigd) cliëntenonderzoek omvat navolgende aspecten:

• de identiteit van de cliënt moet worden vastgesteld, gecontroleerd en vastgelegd;
• de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende moet worden vastgesteld, gecontroleerd en vastgelegd;
• het doel en de aard van de opdracht of transactie moet worden vastgesteld en vastgelegd;
• er moet een voortdurende controle kunnen worden uitgeoefend op de zakelijke relatie;
• vastgesteld dient te worden of de natuurlijke persoon, die de cliënt vertegenwoordigt (in geval bijvoorbeeld de vennootschap als cliënt wordt aangemerkt), daartoe bevoegd is;
• er moet worden gecontroleerd of de cliënt voor zichzelf of voor een ander optreedt.

De identiteitsgegevens van de cliënt moeten vijf jaar worden bewaard.

Hoe het cliëntenonderzoek er uitziet, is afhankelijk van de cliënt waarmee een transactie wordt aangegaan en of er vóóraf een verhoogd risico op witwassen of terrorismefinanciering wordt vermoed. Als op basis van het cliëntenonderzoek het vermoeden rijst dat er sprake kan zijn van witwassen of terrorismefinanciering, moet er een verscherpt cliëntenonderzoek worden gedaan. Blijft het vermoeden bestaan, dan moet de transactie gemeld worden bij de FIU.

Bureau Financieel Toezicht (BFT)
Het BFT is aangewezen als één van de toezichthouders op de naleving van de bepalingen van de Wwft. Bij overtreding van de Wwft, hetgeen bijvoorbeeld het geval is als het cliëntenonderzoek niet of niet deugdelijk is verricht, kan het BFT dwingend aanwijzingen geven om een door haar voorgeschreven gedragslijn in te zetten. Die gedragslijn kan zijn dat procedures moeten worden ontwikkeld om zoveel mogelijk te waarborgen dát Wwft verplichtingen worden nageleefd (bijvoorbeeld het opstellen van protocollen waarmee controle wordt uitgeoefend).

Verdergaande maatregelen die het BFT bij overtreding kan inzetten bestaan uit bestuursrechtelijke of tuchtrechtelijke sanctionering. Zo heeft het BFT de bevoegdheid om een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom op te leggen.

Bij ernstige overtredingen kan het BFT aangifte doen bij de officier van justitie, die vervolgens een strafrechtelijk onderzoek kan instellen. Het niet naleven van de Wwft kwalificeert als een economisch delict waarop, voor zover zij opzettelijk is begaan, een gevangenisstraf staat van maximaal twee jaar, een taakstraf of een geldboete van de vierde categorie (€ 20.500). Er kunnen ook nog bijkomende straffen worden opgelegd, waaronder het geheel of gedeeltelijk stilleggen van de onderneming van de veroordeelde, waarmee het economisch delict is begaan, voor een tijd van ten hoogste één jaar.

Niet voldoen aan meldingsverplichting (artikel 16 Wwft)
Enig begrip van hoe de taaie en lastig hanteerbare regelgeving van de Wwft in de praktijk uitpakt in geval van overtreding van de artikelen 3 en/of 16 van de Wwft, laat zich met navolgende uitspraken illustreren.

In een uitspraak van rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDH:2015:12281) werd een notaris tot een geldboete van € 47.500,– veroordeeld omdat hij vijf maal ten onrechte geen melding had gedaan van ongebruikelijke transacties, die verband hielden met de aan- of verkoop van registergoederen. De rechtbank oordeelde onder andere dat de notaris verdergaand onderzoek had moeten verrichten naar (en, aansluitend daarop, melding had moeten doen):

– een onbeantwoord verzoek om informatie betreffende de koper;
– de achtergrond van zowel de koper als de verkoper, nu hem was gebleken dat beiden op hetzelfde adres waren ingeschreven;
– zowel aard en uitvoering van de transactie, nu daar een de notaris bekende huisjesmelker bij betrokken was met een bedenkelijke reputatie;
– de herkomst van de koopsom, die door een derde werd betaald, zonder dat daarvoor hypothecaire zekerheid was gegeven en deze onvoldoende was gedocumenteerd.
Juist omdat een notaris een publieke functie vervult met een daaraan gepaard gaande maatschappelijke verantwoordelijkheid, rekende de rechtbank het niet melden van de ongebruikelijke transacties de notaris zwaar aan.

Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2018:2995) achtte een belastingadviseur schuldig aan overtreding van de Wwft, omdat deze:

– geen interne procedures en controles had opgesteld waarmee de naleving van de Wwft werd gewaarborgd;
– niet voldeed aan het verplichte opleidingsniveau dat geldt ten aanzien van de Wwft;
– in een aantal dossiers geen onderzoek had gedaan naar de uiteindelijk belanghebbende (ubo) van de in de dossiers betrokken ondernemingen;
– ten onrechte van mening was dat zijn werkzaamheden zagen op ‘het geven van advies ter bepaling van de rechtspositie van de cliënt’, waarop (kort gezegd) de Wwft niet van toepassing zou zijn *).
*) De rechtbank heeft overwogen dat deze bepaling (artikel 1, lid 2, Wwft) restrictief moet worden uitgelegd!

De uitspraak waarin rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2016:4630) een administratie-/accountantskantoor had veroordeeld tot een boete van € 1.500,– wegens overtreding van artikel 3 Wwft, werd door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in stand gelaten (ECLI:NL:CBB:2017:235) omdat:

– was nagelaten om vóór aanvang van de cliëntrelatie toereikend cliëntonderzoek te verrichten;
– er geen gegevens waren vastgelegd, waarmee de cliënt kon worden geïdentificeerd en waaruit bleek, dat die identiteit óók was geverifieerd,

terwijl uit een andere uitspraak van de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2017:9882) naar voren komt, dat een accountant geacht wordt een voortdurende controle op de zakelijke relatie uit te oefenen en op de tijdens deze relatie verrichte transacties (de accountant had, bij het verrichten van samenstelwerkzaamheden, nagelaten onderzoek te verrichten naar contante betalingen bij de cliënt).

Ten slotte nog de autohandelaar, die door rechtbank Den Haag werd veroordeeld (ECLI:NL:RBDHA:2018:4299) tot een taakstraf van 150 uur en een boete van € 4.000,– wegens overtreding van de artikelen 3 en 16 Wwft, omdat hij:

– één of meer voertuigen had verkocht tegen geheel of gedeeltelijk contante betaling waarmee een bedrag van € 15.000,– of meer was gemoeid;
– ondanks het gegeven dat de transactie plaatsvond tussen hem en een hem al jarenlang bekend familielid, tóch aan zijn Wwft verplichtingen had dienen te voldoen.

Invoering UBO register
Een nieuw uitvloeisel van de Wwft (ingevolge de (gewijzigde) vierde Europese anti-witwasrichtlijn ) is dat met ingang van 27 september 2020 ondernemingen verplicht worden om hun eigenaren, dan wel personen die zeggenschap hebben binnen de onderneming, in te schrijven in het zogenoemd ‘UBO-register’. Alle EU-lidstaten zullen een UBO-register moeten gaan voeren. In Nederland zal het UBO-register worden ondergebracht bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Ondernemingen die op 27 september 2020 in het handelsregister zijn ingeschreven, hebben vanaf laatstgenoemde datum uiterlijk 1,5 jaar de tijd, dus tot uiterlijk 27 maart 2022, om aan hun UBO-registratieverplichting te voldoen. Meer in het bijzonder betreft het:

• niet-beursgenoteerde besloten en naamloze vennootschappen;
• stichtingen;
• verenigingen:
 met volledige rechtsbevoegdheid
 met beperkte rechtsbevoegdheid maar met onderneming;
• onderlinge waarborgmaatschappijen;
• coöperaties;
• personenvennootschappen: maatschappen, vennootschappen onder firma en commanditaire vennootschappen;
• rederijen;
• Europese naamloze vennootschappen (SE);
• Europese coöperatieve vennootschappen (SCE);
• Europese economische samenwerkingsverbanden die volgens hun statuten hun zetel in Nederland hebben (EESV);
• kerkgenootschappen.

mw. mr. d. vrolijks (ditte)

familierecht | erfrecht | overeenkomstenrecht

Ditte heeft gestudeerd aan de Open Universiteit Heerlen, afstudeerrichting privaatrecht. Zij is in 2001 als advocaat beëdigd en is vanaf 2008 partner bij Ariëns Advocaten Amersfoort.

 

Anti-witwaswetgeving: over de Wwft en de inwerkingtreding van de vierde anti-witwasrichtlijn, waarmee UBO registratie verplicht wordt voor de ondernemer

mw. mr. D. Vrolijks (Ditte) | 4 augustus 2020 Anti-witwaswetgeving: over de Wwft en de inwerkingtreding van de vierde anti-witwasrichtlijn, waarmee UBO registratie verplicht wordt voor de ondernemer Wwft Met de invoering van de ‘Wet ter voorkoming van witwassen en...

De nieuwe ketenregeling en de gevolgen daarvan voor lopende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd

     mr. A.J.P. Ariëns (Alfons) | 29 mei 2020 DE NIEUWE KETENREGELING EN DE GEVOLGEN DAARVAN VOOR DE LOPENDE ARBEIDSOVEREENKOMSTEN VOOR BEPAALDE TIJD De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) is per 1 januari 2020 in werking getreden. Één van de wijzigingen heeft betrekking...

Familierecht in tijden van (corona)crisis

mw. mr. N.C. Bouman-de Vos (Nicole) | 30 april 2020 Familierecht in tijden van (corona)crisis De coronacrisis en de maatregelen van de overheid ter bestrijding hiervan hebben gevolgen voor iedereen. Dagelijks voelen we dit en het nieuws gaat nergens anders meer over....

Nieuwe regeling werktijdverkorting: Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW)

     mw. mr. M. Hille Ris Lambers (Margriet) | 16 maart 2020 Nieuwe regeling werktijdverkorting: Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) AlgemeenDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 17 maart 2020 bekendgemaakt dat er zo snel...

Dag van het Erfrecht: 20 maart 2020

Met de ‘Dag van het Erfrecht’ vragen we aandacht voor het belang van deskundige juridische begeleiding bij de afwikkeling van nalatenschappen. Kom langs of neem contact op tijdens de ‘Dag van het Erfrecht’ voor een vrijblijvend advies over testamenten en de (afwikkeling van) nalatenschappen.

ONTSLAG OP STAANDE VOET NA ZIEKMELDING DIE VOLGT OP AFWIJZEN VERLOFAANVRAAG

Werknemer is al 29 jaar in dienst bij werkgever, gedurende dit dienstverband zijn er geen incidenten geweest. Hij vraagt werkgever eind 2018 om toestemming voor verlof ingaande op 5 augustus 2019, dan wel enkele dagen daarna. Werkgever weigert het verlof…

Wijnflessen en de grote verdwijntruc

Een tijdje geleden heb ik een blog geschreven over de aansprakelijkheid van een wijnproducent voor de schade omdat één van haar wijnflessen uit elkaar is gesprongen tijdens het ontkurken. Toeval of niet, dit keer heb ik weer blog over een drankgerelateerd probleem. Sterker nog, het betreffende probleem heeft zelfs geleid tot bestuurdersaansprakelijkheid en dat is opmerkelijk te noemen want rechters zijn normaal gesproken zeer terughoudend bij het toewijzen van vorderingen waarbij voorbij wordt gegaan aan de rechtspersoonlijkheid van een rechtspersoon. Voordat ik verder ga, zal ik eerst vertellen wat er is gebeurd.

Dat is uit het leven gegrepen!

Ditmaal een blog over een procedure die ik heb gevoerd namens een alimentatieplichtige, waarin ik de rechtbank heb verzocht om voor recht te verklaren dat de partneralimentatie met terugwerkende kracht was geëindigd. De rechtsgrond die ik daarvoor heb aangevoerd, is in artikel 1:160 BW te lezen: “een verplichting van een gewezen echtgenoot om uit hoofde van echtscheiding levensonderhoud te verschaffen aan de wederpartij, eindigt wanneer deze opnieuw in het huwelijk treedt, een geregistreerd partnerschap aangaat dan wel is gaan samenleven met een ander als waren zij gehuwd of als hadden zij hun partnerschap laten registreren.”

Wijzigingen arbeidsrecht per 1 januari 2020

Met ingang van 1 januari 2020 treedt de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) in werking. Wat zijn de belangrijkste veranderingen?

Hoe het internationaal privaatrecht (ipr) op het gebied van huwelijksvermogensrecht eindelijk weer wat overzichtelijker is geworden

Tot voor kort hadden we bij een vermogensrechtelijke afwikkeling van een echtscheiding met internationale aspecten voor het bepalen van het toepasselijke recht vooral van doen met het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978. Sinds kort is dit verdrag aangepast. Lees meer..

CONTACTGEGEVENS

Ariëns Advocaten Amersfoort
E info@ariensadvocaten.nl
T (033) 463 77 27
F (033) 461 51 40

Adres
Stadsring 75
3811 HN Amersfoort

Routebeschrijving >>